The Colored Truth | Gebroken steden
17070
post-template-default,single,single-post,postid-17070,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-theme-ver-9.1.3,wpb-js-composer js-comp-ver-4.11.2.1,vc_responsive

Gebroken steden

02 Nov Gebroken steden

2007. Cité des Nuages, in een noordelijke banlieue van Parijs.

Ik zit in een buurthuis, drie hoog, met Rachid.

‘Vertel me, wie ben je?’

‘Ik heet Rachid, ik ben vijftien jaar, ik woon in Cité des Nuages Marché d’Afrique…Mijn vrienden komen uit dezelfde wijk. Welke afkomst ze hebben? Van alles, maar eigenlijk boeit dat ons niet zo.’

Osdorp, zes maanden eerder, andere jongen, zelfde vraag.

‘Ik ben Mohammed. Ik ben Marokkaans, en ik ben moslim. (…) Mijn vrienden zijn ook Marokkaan. Met Turken, nee daar ga ik niet zoveel mee om. En de Hollanders, die zie je niet vaak. Die zijn alleen maar op zichzelf.’

Twee plekken, twee verschillende werkelijkheden. De jongeren die ik spreek in Nederland identificeren zich met hun etnische en religieuze achtergrond. De jongeren in Frankrijk met hun wijk. Etniciteit speelt er een minder belangrijke rol. Hoe kan het dat de breuklijnen zo verschillend lopen?

Dat heeft te maken met de nationale en politieke context.

Frankrijk legt de nadruk op het gedeelde ‘Francité’ of Fransmanschap: zodra men het Franse burgerschap heeft, is men – officieel – Fransman. Een woord als ‘allochtoon’ is in Frankrijk ondenkbaar, en vermelding van etniciteit in statistieken en mediaberichtgeving is not done.

En hier ligt een groot verschil tussen de twee landen. Bij ons is het gewoongoed burgers in te delen in etnische hokjes: allochtonen, Turken, Marokkanen, of Nederlanders. Met de gevolgen van dien. Misschien voelen burgers zich nog Hagenees. Maar Nederlander, dat toch niet zo. De vriendschappen lopen dan ook via etnische lijnen. Vier meiden op een middelbare school in Osdorp – één van de weinige gemengde groepjes – vertelden:

‘Rechts bij het raam hangen altijd de Surinamers, dan heb je op deze banken de Marokkanen, en verderop de Turken.’ ‘En de Nederlanders dan?’ Daarop moesten ze lachen, ‘Die zijn buiten of zo.’ ‘Ja, die zijn weggejaagd.’

Verzuiling, maar dan anno 2016. Een werkgever zal dan ook wellicht niet liegen als hij zegt geen geschikte kandidaten te kennen met een diverse achtergrond. De kans is groot dat hij ze niet in zijn netwerk heeft. Een goed idee dus om wat aan zijn netwerk te doen.

Dit is echter maar het halve verhaal. De laatste jaren hebben ons namelijk laten zien dat het Franse ideaal van Liberté, Egalité en Fraternité ook geen succesverhaal is.

Zo is de egalité ver te zoeken in de gewaarwording van de ‘banlieue’. Want die jongeren zijn misschien wel trots op hun wijk, eigenlijk is er niet veel te halen. Hoge armoede, werkeloosheid, criminaliteit. Het is een warme cocon van uitzichtloosheid. Het zijn de jongeren uit de buitenwijken tegen de rest van de maatschappij – en andersom. De Ander, dat zijn de mensen uit het centrum, die haten ze. Evenals de politie, vaak de enige representant van de overheid in de wijk voor deze jongeren.

Zo voegde Rachid later in het gesprek toe: “en dan kijk je naar de buitenwijken, dan kom je in Afrika terwijl het centrum Europa is. We zijn letterlijk opzijgeschoven. Dan denk je, wat een racisten die Fransen.”

Kortom, de realiteit is dat in beíde landen een deel van de jongeren zich geen onderdeel voelt van de maatschappij.

En daar komt een nieuwe uitdaging bij. Er is een breuklijn die in beide landen steeds scherper wordt neergezet. Het is de breuklijn tussen de islamitische en niet-islamitische burgers. De extremen aan beide zijden – extreemrechts en de radicale islam, delen hierbij de mening dat deze twee niet met elkaar verenigbaar zijn. En dit geluid raakt steeds meer genormaliseerd. Met het nare gevolg dat de angstbeelden van beide zijden waar worden: Frankrijk en Nederland kennen namelijk een steeds sterker anti-islamgeluid, én de radicale islam wint er aan terrein. Beide vormen koren op de molen van de tegenstander en kunnen groeien bij de gratie van deze tegenstander. Veel jongeren die ik spreek staan er als verlamd tussenin: ze voelen zich tweederangsburger in de Franse of Nederlandse maatschappij, want jongere uit de ‘banlieue’ of allochtoon en vaak moslim. Maar tegelijkertijd bang voor wat radicale moslims in petto hebben voor diezelfde maatschappij waar zij onderdeel van zijn. Enkelen voelen zich erdoor verleid, want voelen dezelfde haat tegen de maatschappij. Maar de meeste jongeren voelen zich met de rug tegen de muur: ze hebben het gevoel te moeten kiezen voor het ene of het andere uiterste. Het is of – of, zwart – wit, er tussenin bestaat niet.

Mijn oud-collega werkt op een Haags ministerie. Ze is moslima. Na de aanslagen in Parijs ging er een groepsmail rond, met de vraag wat zíj er eigenlijk van vond. Met haar rug tegen de muur. Of Yasmine, een meisje dat ik sprak in een Parijse buitenwijk, vertelde: ‘Als we geen Charlie zijn, dan betekent dat meteen dat we Coulibaly zijn. Maar dat zijn we niet,’ zei. Wie Charlie is, hoef ik u niet uit te leggen. Coulibaly was degene die op 9 januari 2015 vier mensen doodschoot tijdens een gijzelingsactie in een joodse supermarkt.

Ook in Nederland zien we deze woede bij jongeren, bijvoorbeeld in Amsterdam-West of in de Schilderswijk. Misschien minder massaal, minder explosief, door het ontbreken van grote groepen bondgenoten. Althans, de rellen in de Schilderswijk lieten zien dat collectieve gevoelens van onrechtvaardigheid en discriminatie ook in Nederland kunnen leiden tot onrusten, of de uitreis naar Syrië…

Ik merkte het ook tijdens mijn interviews over het vertrouwen van jongeren in de politie in de Schilderswijk. Zo vertelde Abdullah me: ‘De politie, deze staat. Als allochtoon zijnde is er geen vertrouwen meer in Nederland.’ Of Hicham: ‘Ze zoeken gewoon de zwarte schaapjes. Meestal zijn het de allochtonen. In de Schilderswijk is iedereen een zwart schaap, vind ik.’

En Yousra zei: ‘Omdat wij, bewoners van de Schilderswijk, wor­den onderschat; omdat ze denken dat wij niet gestudeerd heb­ben en onze ouders de taal niet goed beheersen, denken ze: het heeft toch geen nut om uit te leggen wat ze moeten doen of het proces-verbaal of wat dan ook.’

En cijfers over Den Haag liegen er niet om. Den Haag een stad waar nota bene meer dan de helft van de inwoners een migrantenachtergrond heeft. Zo moet je er anno 2015 als jongere met een Marokkaanse naam bij gelijke geschiktheid bijna twee keer zo vaak sollici­teren als iemand met een Nederlandse naam. Bo­vendien heeft Nederland het hoog­ste werkloosheidscijfer onder etnische minderheden in Euro­pa, hoger dan Italië en Spanje, die over het geheel gezien hogere werkloosheidcijfers laten zien. Dit is voor een groot deel te wijten aan discriminatie.

In beide landen zien we de poorten sluiten. De poorten die angst buiten de deur proberen te houden. Maar die haar juist langzaam laten binnen sijpelen met een groter wantrouwen voor ‘de Ander’ als gevolg. Etnische en religieuze gemeenschappen keren naar binnen en zoeken houvast in hun geloof en cultuur. Rechts-populistische partijen winnen aan populariteit. Het extreme, intolerante geluid normaliseert.

En alleen wij zelf kunnen deze ontwikkeling stoppen.

 

De column is in aangepast vorm uitgesproken tijdens De Staat van de Stad 2016, en tijdens de thema-avond ‘Discriminatie de stad uit!’ van de PvdA.

No Comments

Post A Comment

Watch Dragon ball super